Juryrapport LPZ 2016

Wat kun je schrijven in 1000 woorden?

Elke twee jaar organiseert de Stichting Literaire Activiteiten Zeist (SLAZ) een literaire schrijfwedstrijd. Beurtelings gaat het hierbij om gedichten en korte verhalen. Voor de editie van 2016 werden schrijvers uitgedaagd korte verhalen in te sturen – inclusief de titel niet meer dan 1000 woorden. Deze themaloze, dus open wedstrijd leidde tot 178 inzendingen.

Schrijvers wonen overal: in Hippolytushoef en in Den Haag; in de Heilige Land Stichting en in Amsterdam, maar ook in Giethoorn, Lutjebroek, of Veenendaal. Hoewel de meeste verhalen vanuit de provincie Utrecht verstuurd werden, kwamen er ook 10 inzendingen uit België; 2 uit Spanje; 1 uit Duitsland; 1 uit de Verenigde Staten en zelfs 1 uit Australië.

De jury kreeg een breed palet van onderwerpen en locaties onder ogen, zoals: een herder die opgesloten zit in een grot in Egypte; het droevige afscheid van je oude auto; op een verplichte leeftijd doodgaan om de vergrijzing in te dammen; met elkaar overleggende sigaren; chinees eten in Pompeï tijdens de uitbarsting van de Vesuvius; met je gezin op een ongemakkelijke husky-slee door Lapland trekken; de angst voor een terroristische aanslag op je terras; een – uiteraard verkeerd-aflopende – afspraak met je ex; de ouderdom die met de gekste ziekten komt; liefde tussen twee nonnen in het klooster en veel verhalen over zelfmoord en dood en over in de war zijnde mensen, waarvan sommige verhalen misschien beter passen in een cliëntendossier dan in een literaire bundel. Kortom, de fantasie spreidde haar vleugels uit in alle denkbare richtingen.

Voor de jury was één ding snel duidelijk: er is geen verband tussen een onderwerp en de kwaliteit van het schrijven – wie een goede pen heeft, kan het overal over hebben en vrijwel alles geloofwaardig maken… maar wat is een goede pen?

Gedurende het juryberaad groeide een gezamenlijk zicht op wat er gezocht werd. In eigen woorden van juryleden opgetekend, betrof het vooral de volgende criteria:

- De voorkeur ging meestal uit naar vlot-geschreven verhalen: “ik moet er meteen inzitten”, of: “het moet me meeslepen – ik wil als lezer betrokken raken”.- Het moest een goed plot – én een duidelijke opbouw – hebben: “de overgangen moeten helder zijn” en waar dat niet het geval was: “volgens mij weet de schrijver zélf niet eens meer wie wie is”.

- Ook werd er gekeken naar de manier waarop de schrijver doseerde: “weet hij, of zij informatie te bewaren en niet meteen te gebruiken, zodat ik nieuwsgierig blijf naar de afloop?”
- Dan was er nog het taalgebruik: “geen taalfouten, geen clichés, geen overbodige woorden; dus zeker geen drie keer ‘dus’ in één zin, dus…”. En dramatische verhalen kwamen volgens de jury beter tot hun recht, wanneer ze ingehouden verteld werden dan wanneer de ellende met vette woorden nog ‘ns werd onderstreept.

- En de jury bleek een uitgesproken voorkeur te hebben voor “een klein gehouden verhaal, waarin locaties en handelingen beperkt zijn”. Als schrijver kun je ook teveel willen binnen 1000 woorden: “dan wordt het proppen en daardoor onrustig en vaak slordig”.

Ondanks deze gezamenlijk gedeelde criteria zijn er 20 onderling zeer verschillende verhalen voor opname voor deze bundel uitgekozen. Van deze verhalen zijn er vijf genomineerd, waarvan er drie een prijs krijgen toebedeeld en waarvan er twee een eervolle vermelding krijgen. Het gaat om de volgende vijf:

Om te stelen - Janne Marie Scholten

Een origineel onderwerp: de hoofdpersoon is een vaas en dat uitgangspunt is mooi volgehouden. Het is een vlot-geschreven verhaal met een sterk plot dat zich met aandacht en plezier laat lezen. Het verleidde de jury ook om stil te staan bij de vraag: hoe schrijf je eigenlijk als vaas? De jury verbindt hier graag een eervolle vermelding aan.

De andere kant - Mandy Tjong Tin - Klaver

Dit verhaal is vooral een eenvoudige, maar mooie beschrijving van een gevoel – er gebeurt eigenlijk heel weinig en dat levert een fijn, klein en herkenbaar geheel op. “De stilte rekt zich uit, verdringt de tijd.”, schrijft de auteur. Zo wordt de lezer verleidt in het gevoel mee te gaan. De jury acht een eervolle vermelding zeer op haar plaats.

Fuifroeien - Peter Kerklaan

De kern van het verhaal is een schokkende impuls met een ellendige herinnering tot gevolg. Het wordt sterk verteld met niet te veel, of te weinig informatie – het is in balans. De onverwachte, maar niet geforceerde wending is dramatisch en tegelijkertijd zeer goed na te voelen – zo kan het inderdaad gebeuren. De jury honoreert Fuifroeien met de Derde Prijs.

Warm - Dirk Hofstra

Een verhaal uit het dagelijkse leven met een multiculturele zweem. Zowel ‘verrassend gewoon’, als heerlijk trefzeker verteld: een goede en kleingehouden compositie waarin subtiele hints voldoende zijn. Vakkundig geschreven, met een heuse ontknoping! De jury verbindt er dan ook met plezier de Tweede Prijs aan.

Meneer Sesink - Eelco Rommes

Een echte, spannende vertelling met een onverwacht, maar – achteraf – voorstelbaar slot. Je ziet die stoere, maar bange en onhandige jongens voor je. De levensles die één van hen krijgt, wordt op een knappe manier uitgeserveerd: “show, don’t tell” noemen we dat in slecht Nederlands. En dat alles in een sfeer waar je als lezer gemakkelijk in mee gaat. “Meneer Sesink” en zijn auteur verdienen ruimschoots de Eerste Prijs.

De jury feliciteert de schrijvers van harte met hun prijs of eervolle vermelding en/of met hun publicatie in de bundel.
De bundel heeft als titel: Het licht blijft nog lang branden. Een variant op het begin van de slotzin van het winnende verhaal. De lezers wordt veel plezier gewenst met dit veelzijdige palet van korte verhalen.

Zeist, 5 oktober 2016.

Als Juryleden traden op Paulien de Bruijn, neerlandica, Saskia de Waal en Jeanette Kramp, Boekhandel De Nieuwe Boekerij, Zeis en Fred Penninga (voorzitter), schrijver/dichter en adviseur van Literair Zeist.
Met dank aan de jurysecretaris voor het juryrapport: Henjo Hekman, schrijver/dichter en Stadsdichter van Zeist.

In de bundel:' Het licht blijft nog lang branden' zijn de verhalen van de prijswinaars opgenomen, de twee eervolle vermeldingen en nog 15 geselecteerde verhalen van: 

Annette Akkerman  -  Buitengesloten
Martin de Brouwer - Rotte tomaten
Caroline Cogenbach - Nunavut
Bert Fakkeldij - Ngale
Rien van Genderen - Mirte
Jan van Houten - Een vreemde
Cita Jurna - Het kindeke Jezus
Jenny Anna Linde - Nachtmerrie
Saskia Mouissie - Koude kant
Anton Pater - Keessie
Isabelle Perèz - Zeeroep
Monique van Roosmalen - Een feestelijke bijeenkomst
Dirk Straaijer  - Het negende uur
Pit de Waard - Loterij
Dick van Zijderveld - Reünie