Galgenveld (Stadsgedicht 59)
Het transparante vel rondom de ziel een lens
om waar te nemen hoe een oude zon verwelkt.
De horizon lonkt met verlangen en met mist.
De avond tast naar wolken in het tegenlicht.
Bloedgeurig schrijnt de wind. Op weg, op weg
naar het Verdoemde Zand schenkt nog het lichaam melk
voor een verweesde ziel – aan koude borst geklemd.
De voerman zoekt in eerzaamheid zijn weg
door schouwland, knekelvelden – hol en groots,
schrijven zich namen in het zwart, en een gekapseisd hoofd
mag nu voorgoed van een herwonnen leven dromen.
En ook van sterren, aan de hemelboog geknoopt.
Jan-Paul Rosenberg
In Zeist stonden twee galgen. Een was van het Provinciale Hof van Utrecht en de ander van de hoge heerlijkheid Zeist. Beide galgen lagen ten noorden van de oude postweg van Utrecht op Arnhem. De provinciale galg stond ongeveer ter hoogte van Ma Retraite aan de Oude Arnhemseweg en werd aangeduid met 'op het Zeijster Zand' Daarbij moet worden bedacht dat de Oude Arnhemseweg ter hoogte van Ma Retraite en Veldheim niet meer het oude tracé volgt. In 1833 werd door Gedeputeerde Staten aan de eigenaar van de buitenplaats Ma Retraite toestemming verleend deze weg in noordelijke richting te verleggen.
De galg van de hoge heerlijkheid Zeist stond aan de Arnhemse Bovenweg ter hoogte van de buitenplaats Kerckebosch; tegenwoordig Hotel Kasteel 't Kerckebosch genaamd.
(bron: https://www.dodenakkers.nl/utr...)
Rosenberg, Jan-Paul