Gedicht van de week

De dieren van Kerckebosch (Stadsgedicht 14)

Op een mooie middag in het Binnenbos
nam Eekhoorn een kopje eikeltjesthee.
Naast hem zat zijn nieuwe buurman Vos,
die dronk gezellig een glas met hem mee.
Ze hadden ‘t over het Kerckebosch:
was dit nu wel, of was dit nu wee?
Want de dieren zaten goed in hun vel,
maar… waren de mensen net zo tevree?
 
Buurman Uil kwam binnen en schoof aan;
hij luisterde even naar het pratende stel
en zei: ‘De wijk is flink op de schop gegaan,
dat ging veel mensen een beetje te snel… ‘
Voor Kikker, die stil zat te lezen, was dit ‘t sein                            
om z’n keel te schrapen. Hij kwaakte: ‘Heren,
verandering is nooit voor iedereen fijn
– dat heb ik als dikkopje zelf moeten leren!’
 
De Eekhoorn, de Kikker, de Uil en de Vos
betaalden hun drankjes en liepen naar buiten;
daar zat op een tak in een nieuw Kerckebosch
vriend Kraai heel vals en treurig te fluiten.
‘Wat doe je toch, Kraai?’, vroegen de dieren.
‘Ach, alles moet nieuw, dus ook mijn gekras…’
zei hij bedroefd. ‘Nou… als je ons wilt plezieren:  
kras dan maar gauw, zoals jouw kras altijd was!’
 
En zo gingen vijf vrienden tezamen de wijk in
met een hand in een poot en een poot in een vlerk;
ze zagen de mensen er wonen: armen en rijken
en vonden een bibberend Hertje achter een berk.
Het fluisterde: ’Mensen? Die doen soms zó raar…
Wíj leven hier samen tussen struiken en dennen,
maar zij wonen binnen en meestal apart van elkaar:
hoe kunnen ze wennen, zonder de ander te kennen?
 
Zo stonden zes dieren heel diep in gedachten…
en hoorden gekrabbel uit het hol naast de boom:
daar kwam Konijn. Hij zei: ‘Waarop nog wachten?
Bel aan… en maak ze wakker voor onze droom!’
Dus gingen de dieren op pad langs de huizen
en belden met hun verhaal bij iedereen aan:
wie open deed stond met z’n oren te suizen.
Nu wachten de dieren op hoe het verder zal gaan...

Henjo Hekman, Stadsdichter Zeist
 
Geschreven voor de onthulling van de zeven totemdieren
in de wijk Kerckebosch op 28 september 2017.

Hekman, Henjo